Opgroeien in armoede

door Sara Van den Broeck

In Vlaanderen wordt 1 kind op de 10 geboren in kansarmoede. Wanneer er geen ondersteuning is, krijgen zij al van in de wieg minder kansen. Gelukkig zijn er organisaties die zich richten op die kinderen en hun ouders.

We spraken met Nathalie Luyckx, werkzaam binnen het Leuvense buurtwerk ’t Lampeke.  Zij is verantwoordelijke van dagopvang de Wurpskes en medewerkster binnen de gezinswerking. De dagopvang en gezinswerking richten zich specifiek op baby’s, peuters en ouders uit kwetsbare gezinnen. Buurtwerk ’t Lampeke heeft een aanbod ‘van prenataal tot de koffietafel’ met meerdere deelwerkingen.

Hoe zou je armoede definiëren?

“Je hebt enerzijds het praktische en materiële aspect. Mensen kunnen de huur niet betalen, moeten besparen op eten of kunnen geen koelkast kopen. Dat is het beeld dat de meeste mensen erover hebben, denk ik. Maar het gaat verder dan dat. Het betekent dat je als ouder en kind constant onder stress staat. Je kind heeft bepaalde materiële en emotionele noden, maar je kan daar als ouder niet altijd aan tegemoet komen. Ouders zijn hierdoor vaak beperkt in de kansen die ze aan hun kinderen kunnen bieden.”

“Die problemen bestaan al heel lang, maar de coronapandemie maakte alles nog erger. Mensen verloren hun baan en moesten ervoor zorgen dat hun uitkering in orde raakte. De sluiting van de scholen zorgde in veel gezinnen voor extra moeilijkheden. Iedereen moest een laptop en internet hebben en ouders moesten ineens hun kinderen hele dagen helpen met schoolwerk. Dat was en is niet evident als je voortdurend financiële zorgen hebt.”

“Daarom is het goed dat de gezinnen die wij begeleiden bijna allemaal in de buurt wonen, zo waren we letterlijk en figuurlijk nabij en bleven we in contact. Toch is het belangrijk om te benadrukken dat dit geen uitzichtloze situatie hoeft te zijn. We gaan samen op pad en kleine vormen van ondersteuning kunnen een wereld van verschil maken.”

Wat zijn mogelijke gevolgen voor wie opgroeit in zo’n situatie?

“Ik kan me vooral vinden in de visie van kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Hij zegt dat kinderen die in armoede opgroeien veel meer stress ervaren en ouders minder in interactie gaan door alle problemen die ze ondervinden. Dit kan ervoor zorgen dat de hersenen minder goed ontwikkelen waardoor de kinderen vaker risico lopen op een vertraagde ontwikkeling. Bovendien maakt chronische stress het moeilijk voor ouders om opmerkzaam te zijn voor de noden van hun kinderen. Dit kan ervoor zorgen dat kinderen zich minder veilig hechten.”

“In de Wurpskes vangen wij 10 kinderen op. Dat is niet zoveel, maar het is belangrijk dat we elk kind de mogelijkheid geven zich op een veilige manier te ontplooien. We kunnen op die manier echt veel 1 op 1 werken en dat is nodig. Na het weekend zien we vaak kinderen met huidhonger of kinderen die net heel hevig zijn en alles eruit gooien. Kinderen die thuis erg weinig taalaanbod krijgen, proberen we zoveel mogelijk te stimuleren. We zetten in de dagopvang volop in op jonge kinderen tot 3 jaar. Alles wat je nu, kleinschalig en intensief, met en voor hen doet betaalt zich later terug want ze staan sterker aan het begin van hun schoolcarrière en de uitbouw van hun verdere leven.”

Wat zijn volgens jou de grootste vooroordelen over opgroeien in armoede?

“Er zijn er veel en ik vraag mij af of het nodig is om ze nog te herhalen. Ik wil vertrekken vanuit de noodzaak om mensen elkaar te laten leren kennen. We maken hier als samenleving te weinig tijd voor. Mensen zijn soms hard voor elkaar, terwijl je nooit weet wat iemand heeft meegemaakt.”

“Iedere ouder is wel eens onzeker en moddert wat aan, maar elke ouder wil het beste voor hun kind. De rugzak van de ouders in onze werking is zwaarder en de context is anders waardoor het moeilijker wordt. Een mama die een loodzware dag heeft gehad en wiens kind de ene na de andere driftbui krijgt, kan ’s avonds huilend in de zetel ploffen. Bij een modaal gezin wordt dit door de samenleving vaak gerelativeerd en geaccepteerd. Bij kwetsbare gezinnen wordt hier vaak nog extra met de vinger gewezen of vol medelijden naar gekeken.”

Komen de ouders zelf met opvoedingsvragen?

“Ja, dat gebeurt regelmatig. Ze vragen ook vaak hoe hun kind reageert op bepaalde situaties in de dagopvang. We hebben een partnerschap met de ouders en gaan samen op zoek naar wat een goede methode kan zijn om het kind te benaderen.”

“Normaal kunnen ouders ’s ochtends in de dagopvang een koffie drinken of meekomen naar mijn bureau voor een gesprek. Door corona kan dat voorlopig niet. Maar we proberen manieren te vinden om het contact te onderhouden. We spreken bijvoorbeeld buiten af of in het lokaal van de gezinswerking. Zo bouw je een band op en durven ouders zonder gêne hun vragen te stellen.”

Samira en Ibrahim groeiden op in armoede. Lees hun verhaal.

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.