Javascript en cookies zijn nodig om deze site te bekijken

De strijd om de hobby’s – deel 2

door Suzanne

Als pedagogisch correcte ouder vind ik hobby’s belangrijk voor de ontwikkeling van mijn kinders. Helaas zijn mijn kinders geen hobbyisten. Dat is een beetje vervelend. Want dan kan je niet aan de schoolpoort klagen dat je toch o zo veel moet rondrijden voor die kleine koters al heb je natuurlijk werkelijk alles over voor de ontwikkeling van je kind.

Ik probeer dus, net als elke andere topouder, hobby’s aan te smeren aan mijn kinders. Stiekem omdat ik wel een heel klein beetje geloof dat het hen iets bijbrengt. Al staat vooral mijn schoolpoortimago op het spel.

Sociale controle

Mijn zoon is al 3 jaar fervent amateurvoetballer. Niet meteen de hobby waar ik het eerst aan dacht, maar het duwt de rondrijdteller goed de hoogte in. 3 keer per week! Mijn dochter turnt. Als ze gaat. Mijn valkuil is snel toegeven als ze geen zin heeft. Maar de sociale controle is groot. Andere moeders beginnen me erover aan te spreken. “Ah, ze was er weer niet?”

Tot daar het sportieve luik. Wat hen natuurlijk geestelijk niets bijbrengt. Daarom gaan ze beiden ook naar de tekenles. Die gelukkig voor allebei op hetzelfde moment valt. Een meevaller. Losbarstende feestvreugde is er niet, maar er is weinig geklaag om te gaan.

Scoutsenthousiasme

Dat is anders met de 3de hobby: de jeugdbeweging. Eerst probeerden we de Chiro in onze eigenste straat. Een optimale winst: niet rondrijden en toch scoren aan de schoolpoort. Helaas sloeg die niet aan, ook niet na een tiental sterk aangemoedigde pogingen. Het toeval wil dat zowel zoonlief zijn beste maat als dochterlief haar ‘allerbeste vriendinnetje voor altijd’ in de scouts zitten. Hop naar de scouts dus. Er was, onder zeer lichte dwang, enthousiasme.

Maar ook de Scouts is ‘ne moeilijke’. Elke zondag komt opnieuw die ene vraag: “moeten we echt naar de scouts?”. Soms aangevuld met een traantje. Mijn man en ik zetten door en sturen hen elke keer, gesterkt door de ophaalervaring. Want achteraf bleek het toch wel fijn te zijn.

Duwen of niet?

Laatst was het echter ‘nen hele moeilijke’. Al op woensdag vroeg mijn zoon of hij zondag naar de Scouts moest. Dochterlief deed lustig mee. Eenmaal het zondag was, werd het aanvullende traantje een hele scène. Ik begon te twijfelen. Waar ligt de grens tussen een duwtje in de rug geven en geforceerd pushen? Een kind dwingen tot iets, is niet ok. En mijn schoolpoortimago redt het wel met die andere 2 hobby’s.

Ik besloot hen een laatste keer te laten gaan. Als ze het écht niet leuk vonden, moesten ze nooit meer gaan. 3 uur lang was ik bezorgd. Wat had ik hen aangedaan? Misschien moesten ze de ganse tijd hun tranen verbijten omdat ze naar huis wilden. Voelden ze zich eenzaam. Vreselijk.

Mijn man ging ze halen. Ik kon het niet aan. Thuis ging ik schoorvoetend naar hen toe. Helemaal klaar om sorry te zeggen en hen te beloven dat ze nooit meer moesten gaan. “Mama, je mag nooit meer zeggen dat ik niet moet gaan. Het is echt supermegacool op de scouts. Wat eten we?” Mijn dochter was het helemaal eens met hem …

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.