Javascript en cookies zijn nodig om deze site te bekijken

Vrouwelijke leerkracht in een mannenbastion

door Sara Van den Broeck

Sinds september 2018 staat Lieselot Van Gysel (24) voor de klas. Eén van de zovelen vrouwelijke leerkrachten in het onderwijs. Toch is de job van Lieselot bijzonder. Zij is leerkracht mechanica in het GTI Beveren en streeft ernaar meer meisjes in technische richtingen te krijgen.

“Van kindsbeen af was ik bezig met alles uit elkaar te halen en terug in elkaar te steken. Mijn ouders zagen dat ik niet stil kon zitten aan een bankje. Voor hen en voor mij was het logisch om in het secundair een technische richting te kiezen. Ik merk dat veel ouders jammer genoeg nog te vaak vinden dat hun kind eerst ASO moet proberen. Als dat niet lukt, kunnen ze doorstromen naar TSO of BSO. Terwijl dat een 1ste keuze zou moeten  zijn. Zeker meisjes voelen weerstand in hun omgeving om aan een technische richting te beginnen. Op dat gebied mag ik niet klagen, mijn ouders stonden er meteen voor open.”

Liever tussen de jongens

“Vanaf het 5de middelbaar volgde ik elektromechanica. We zaten met 2 meisjes in de klas. Tot het laatste jaar, ik mocht door en zij niet. Ik maakte me er zorgen over om alleen met 13 jongens in een klas te belanden. Maar dat bleken zorgen om niets. In het begin moest ik me bewijzen. Maar zodra ze doorhebben dat je de richting echt wilt volgen en het niet doet om aandacht te krijgen, ben je één van hen. Als zij pintjes dronken, zorgden ze dat er voor mij Kriek was. Dat zijn kleine gebaren, waarmee de jongens toonden dat ze me apprecieerden.”

Eigenlijk kreeg ik meer negatieve reacties van de meisjes in andere richtingen op school dan van de jongens van mijn klas. Als ik langskwam, waren de meisjes bang dat ik hen vuil zou maken.”

“Ook al verliep alles in de klas vlot, er waren toch obstakels waar ik op botste. Tijdens de praktijklessen droegen we overalls, maar er was geen kleedkamer voor meisjes. Dus zelfs bij warm weer droeg ik een jeansbroek zodat ik mijn overall er makkelijk over kon trekken. Van andere meisjes hoorde ik dat er op sommige technische scholen zelfs geen vrouwentoiletten zijn. Echt welkom voel je je dan niet.”

Aantrekkelijke werkstukken

“Op de school waar ik werk hebben we ongeveer 940 leerlingen, waaronder 11 meisjes. In het lerarenteam is de verdeling ongeveer gelijk, maar met de vrouwelijke praktijkleerkrachten zijn we in de minderheid. Toch mogen we niet klagen, er is een vrouwelijke leerkracht bij lassen, eentje bij elektriciteit en ikzelf bij mechanica. Dat is uniek.”

“Ik denk dat je als vrouw iets kan bijbrengen in die mannenwereld. Tijdens mijn eigen schooltijd maakten we jongensachtige werkstukken: een kanon, een gereedschapshouder. Ik geef mijn leerlingen meer vrijheid. Ze krijgen bijvoorbeeld de opdracht om een theelichthouder of servettenhouder te maken. Ze moeten zich aan bepaalde afmetingen en materialen houden, maar verder mogen ze het maken hoe zij het mooi vinden. Er zijn heel leuke dingen uitgekomen en het doet deugd als ze komen vertellen dat hun mama hun werkstuk op tafel heeft gezet. Meisjes die terughoudend zijn, kan je over de streep trekken met aantrekkelijke werkstukken.”

Meisjesclub

Als school kan je drempels proberen te verkleinen. Zorg bijvoorbeeld ook dat er meisjes getoond worden in folders van de school of op de website en dat ze aanwezig zijn tijdens opendeurdagen. Het kan zelfs een optie zijn om een aparte infoavond voor meisjes te organiseren. Ook al is er maar een kleine opkomst, je hebt die meisjes al samengebracht. Ze zien dat ze niet alleen zijn en kunnen contact leggen. Sommige meisjes hebben een ander meisje nodig om de stap te zetten.”

“Bij ons op school hebben de meisjes een clubje opgericht. Ze komen samen om te ontbijten of te koken onder de middag en op vrouwendag organiseren ze iets. De meisjes zitten verspreid over de 6 jaren, zonder die club zou het voor hen niet evident zijn om contact met elkaar te zoeken. Je creëert een band die ze vooral in het begin nodig hebben om stevig in hun schoenen te staan.”

Kleine stapjes

“In 2012 was 1 % van de leerlingen in de richting elektromechanica vrouwelijk. In 2017 ging het om 1,5 %. Het gaat heel traag. Er is een groot tekort in technische beroepen en dat kan deels opgelost worden door meer meisjes aan te trekken. Al moet je nadien op de arbeidsmarkt ook eerlijke kansen krijgen. Niet alle bedrijven staan ervoor open om vrouwen aan te nemen.”

“Voor ik aan mijn lerarenopleiding begon, heb ik een tijd interimjobs gedaan. Ik werd vaak aangesproken op mijn studies. Iemand was zelfs verbaasd over het feit dat ik een kleedje en make-up droeg. Het is niet omdat je er meisjesachtig uitziet dat je de job niet kan uitvoeren. Je moet je als vrouw nog iets meer bewijzen bij de werkgever en je collega’s.”

“Ik ben de 1ste ambassadeur van TSO-BSO in Vlaanderen. Samen met 26 andere ambassadeurs uit Europa komen we jaarlijks samen. We denken na over hoe we de praktijkrichtingen en beroepen aantrekkelijker kunnen maken. Vanaf volgend jaar hoop ik aan de slag te gaan met mijn project. Ik wil ideeën aanbrengen in scholen en hen opvolgen om zo meer meisjes aan te trekken in de technische richtingen. We gaan niet alles in 1 keer kunnen veranderen. Maar elk extra meisje in een technische richting is een stap vooruit.”

Lieselot Van Gysel
Fotocredits: Kevin Faingnaert - Klasse

 

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.