Javascript en cookies zijn nodig om deze site te bekijken

“Ik had schrik dat ik mijn dochtertje iets zou aandoen”

door Sofie De Neve

Toen Sara* rond haar 40ste bewust alleenstaande mama werd, ging het helemaal mis. Ze kreeg een postnatale depressie en hoorde een stem in haar hoofd die haar dochtertje Emma iets wilde aandoen. Gelukkig liet Sara zich vrijwillig opnemen. Nu, tweeënhalf jaar later, praat Sara open over wat ze heeft meegemaakt om andere mama’s te tonen dat alles goed komt, hoe diep je ook zit.

“De relatie met mijn eigen ouders is nooit goed geweest. Ik was geen gewild kind en ik miste hun liefde. Als mijn eigen ouders me niet eens graag zagen, hoe kon iemand anders dan ooit van me houden? Wellicht heeft dat gevoel mee het probleem veroorzaakt toen ik op mijn 40ste zelf moeder werd.”

“Mijn zwangerschap verliep zonder kwalen, maar om de een of andere reden probeerde ik te verstoppen dat ik zwanger was. Ik kwam amper 9 kilo bij en droeg altijd losse kleren. Niemand kon zien dat ik een kindje verwachtte. Ik was maandenlang niet bezig met de baby, ik focuste me op het werk en de opleiding die ik daar moest volgen. Toen dat afgerond was, dacht ik nog een week of 4 te hebben voordat Emma kwam. Maar ze werd te vroeg geboren en dus kwam ze totaal onverwacht voor mij.”

Er klopt iets niet

“Haar geboorte deed me niks. Eenmaal thuis met mijn pasgeborene regelde ik alles alleen. De kaartjes, de doopsuiker, het huishouden, de boodschappen … Maar ik was een enorme perfectionist en aan mijn huis, dat er altijd spik en span bij lag, kon je niet zien dat er een kind was. Ik was erg geobsedeerd over de uren van voeding geven en van verzorgingsmomenten. Alles was tot op de minuut afgemeten. Daarna vluchtte ik naar buiten, want ik kon niet thuis met haar alleen zijn. Ik ging 2 tot 3 keer per dag naar de winkel, ging uit eten, sprak af met vriendinnen … Ik was op de vlucht.”

“Gelukkig had mijn vroedvrouw gezien dat er iets niet klopte. Zij vertelde me dat er in België 2 afdelingen waren voor postnatale depressies: in Gent en in Zoersel. Toen Emma een maand was, stuurde ik een mail naar Gent om te zeggen dat ik bevallen was maar dat het totaal niet goed voelde. Het gesprek dat daarop volgde, was een fiasco. De arts lachte mijn verhaal weg en had alleen oog voor het feit dat ik geen cash geld bij had.”

“Ik ga haar iets aandoen”

“Ik panikeerde, want ik voelde dat het zou mislopen en dat ik hulp nodig had. Zo durfde ik niet met haar door de deur wandelen want ik had schrik dat ik met haar hoofdje tegen de deur zou slaan. De avond na mijn fiasco-gesprek met de arts in Gent, belde mijn nicht mij. Toen brak ik volledig. Ik vroeg haar tot bij mij te komen en gaf Emma aan haar mee, want anders zou ik mijn dochter iets aangedaan hebben.”

“Die avond begon het gevecht om hulp te krijgen. Mijn nicht en ik gingen naar spoedafdelingen van 2 ziekenhuizen maar daar was geen plaats. De ochtend erna kwamen er hulpverleners van een of andere noodopvang langs. Ik smeekte hen op mijn knieën om mij te helpen. Zij begonnen rond te bellen maar er was nergens plaats. De dag erna kwam er een plek vrij op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Ik zat daar tussen afkickende verslaafden en hoorde daar niet thuis. Maar het was de beste oplossing, want ze konden mij niet alleen laten. Een verpleger zei me dat alles goed zou komen en dat is me altijd bijgebleven. Hoe diep je ook zit, alles komt goed.”

“Na enkele dagen kon ik dan toch ergens terecht voor hulp. Ik werd in Zoersel opgenomen tussen 10 andere vrouwen met een postnatale depressie en hun baby’s. We praatten niet over wat er in ons omging, want we gingen vooral een grote innerlijke strijd met onszelf aan. Maar het deed goed om onder lotgenoten te zijn. Tegen de psychologe durfde ik voor de 1ste keer zeggen wat er in mijn hoofd omging.”

“Na een paar maanden begon ik terug te werken, hoewel ik totaal nog niet genezen was. Vanaf toen ging het weer bergaf. Ik bouwde de medicatie af omdat ik dacht zonder te kunnen, maar dat was geen goed idee. Ik kreeg angstaanvallen. Toch bleef ik werken en aanmodderen, tot ik weer volledig crashte. Ik liet me terug opnemen en startte opnieuw met medicatie.”

Trots

“Ik neem nu al een hele tijd medicatie en dat doet me goed. Sinds augustus gaat het echt top met mij. Ik ben rustiger geworden en ik heb leren loslaten. In november verhuisde ik naar een plaats dichter bij mijn familie. Al mijn oude meubels deed ik weg: ik wilde niet herinnerd worden aan de plaats waar het misliep.”

“Emma is nu 2,5 en onze band is goed. Ik kan terug kijken naar foto’s van toen ze klein was. Gek genoeg zie je op die foto’s niet dat het met mij zo slecht ging. Laat je dus niet om de tuin leiden door sociale media die het perfecte leventje tonen.”

“Ik weet dat ik een deel van Emma’s kindertijd heb gemist en ik voel me daar soms schuldig over. Maar ook die valse start moet ik loslaten. Had ik niet ingegrepen, dan had ik haar waarschijnlijk iets aangedaan. Maar ik heb wél ingegrepen en ik ben trots op mezelf dat ik hulp heb gezocht. Dat is mijn sterkte geweest.”

*Sara is niet de echte naam, onze getuige wil anoniem blijven.

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.