Javascript en cookies zijn nodig om deze site te bekijken

Over doodgaan praten met kinderen

door Adinda

Het grote papavarken in de kinderboerderij ging dood. En het plantje dat we nog niet zo lang geleden in de winkel hadden gekocht ook.

Op een mooie dag in het najaar stierf ook Mieke, mijn kinderen hun overgrootmoeder. En in de andere tak van de familie ging vava dood, de grootvader van mijn man.

Met een aantal feestjes in zicht wilde ik onze zoon (4,5 jaar) vertellen dat Mieke en vava er niet meer zijn en dat ze dus ook niet aanwezig zouden zijn op de komende familiebijeenkomsten.
Ik voelde wat kriebels, want ik wist niet zo goed hoe eraan te beginnen, aan dat eerste gesprek over de dood.
Ik heb mij voorgenomen dat ik voor mijn kinderen zo weinig mogelijk wil invullen hoe ze zich iemand willen herinneren of wat er na de dood al dan niet gebeurt.


Ik las ooit een interview met Stefaan Degand die praatte over de dood van zijn vrouw en over hoe hij daarover met zijn 3-jarig dochtertje communiceert.
Bottomline voor hem: blijf bij de feiten, kort en bondig. Iemand die gestorven is is weg en komt nooit meer terug. Laat je kind zelf uitzoeken hoe zij/hij het wil invullen: de overledene wordt een ster, of een vlinder, is in de hemel, bij God of een ander opperwezen, wordt één met de natuur, verdwijnt in het niets, is gewoon weg, leeft voort in een ander mens, zijn/haar ziel reïncarneert … alles is mogelijk. Het belangrijkste is dat je kind zelf kan kiezen. Als hij/zij het niet zo goed weet kan je vertellen wat jij gelooft en nog tal van andere opties geven. Eenmaal je kind gekozen heeft kan je hem/haar als ouder daarin volledig steunen zonder jouw eigen idee of geloof op te dringen.

Met die gedachte in mijn achterhoofd zette ik mijn beste matter of factly – gezicht op en bij het avondritueel begon ik erover.

 “Weet je, Mieke zal er niet zijn op het feestje, hé. Want zij is gestorven. Dat betekent dat ze er niet meer is en dat ze nooit meer terugkomt.”

 “Ah ja, mama, weet ik toch. Dat is zoals met het papavarken in de boerderij. Die is ook dood en komt niet meer terug.”

“Dat is waar.”

“Maar, weet je? Mieke komt dan later wel terug als een leeuw of een tijger.”

Doink. Waar haalde hij dat vandaan? Niet van ons, zoveel is duidelijk. Hij had er wellicht al over gepraat op school. Misschien wel tijdens een kringmoment, waarbij de kinderen mogen tonen waar ze mee bezig zijn en vertellen over wat ze meemaken.
Die uitspraak van hem stelde mij meteen gerust, want de toon was gezet.

“Ah ja? Hoezo?”

“Dat is zo, hé, mama. Als mensen storven dan worden ze een dier.”

“En kan je dan ook als een plant of een boom of een andere mens terugkomen?”

“Als een plant of een boom wel, maar niet als een andere mens.”

“Oké. Dan wil ik wel graag als een boom terugkomen als ik dood ben. En jij?”

“Ja, ik ook. Een boom vind ik mooi.”

“Bommi en bompi zullen het wel spijtig vinden dat Mieke niet op het feestje zal zijn, hé, mama?”

“Ja, dat denk ik ook, schat.”

Er volgde een korte stilte. Mama van 39 en zoon van 4,5 die nadachten en ideeën uitwisselden over de dood en het leven. Hoe wonderlijk.

Geweldig vond ik het. De gewoonheid waarmee mijn zoon over de dood praatte, de linken die hij legt, zijn inleving in de ander … het vertederde mij mateloos. Ik voelde ineens een zweem van opperste respect voor dat 4,5 jaar oude wezen dat mij aan iets schoons herinnerde: alles hangt samen, ook de dood en het leven. Het is eigenlijk allemaal heel gewoon voor een jong kind. Doodgewoon.

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.