Javascript en cookies zijn nodig om deze site te bekijken

Hava ondersteunt vrouwelijke nieuwkomers in Gent

door Lien Willaert

Bij sommige vrouwen wordt het sociaal engagement of activisme met de paplepel ingegeven. Bij anderen begint het per toeval. Zo ging het voor Hava (53). De verwachtingen vanuit haar omgeving waren duidelijk: ze zou moeder en huisvrouw worden, verdere ambities waren niet echt een optie. Toch slaagde Hava er, met veel wilskracht en doorzettingsvermogen, in om haar toekomst naar haar hand te zetten. Ze moest opboksen tegen sociale druk én heel wat vooroordelen. Maar wat ze daaruit leerde, probeert ze nog altijd door te geven aan veel andere vrouwelijke nieuwkomers in Gent.

De grote oversteek

In de ‘gouden jaren ’60’ kende België net als veel andere West-Europese landen een economische boom. De textiel- en metaalbedrijven in Gent beleefden hoogdagen. De plotse groei van deze sectoren creëerde heel wat jobs, maar de lokale arbeidsmarkt was al snel uitgeput. In die periode kwam dan ook de eerste officiële niet-Europese arbeidsmigratie naar ons land op gang: onder andere Turkse, Marokkaanse, Tunesische en Algerijnse gastarbeidersgezinnen vonden hun weg naar het verre en onbekende België. Onder hen: de zesjarige Hava en haar familie.

Het gezin kwam terecht in de wijk Rabot, waar nog veel andere Turkse families zich vestigden. Zowat de helft van de Turken die in Gent neerstreken, kwam uit de streek rond Emirdağ, een provinciestadje in Centraal-Anatolië. Velen onder hen waren niet of nauwelijks geschoold, en dat gold zeker voor de vrouwen van die eerste generatie arbeidsmigranten. Bovendien zag België hen als ‘gastarbeiders’: dus slechts als tijdelijke inwoners. Ze zouden toch terugkeren naar hun land van herkomst, dus was het niet nodig om langdurig in het welzijn en de integratie van deze nieuwkomers in de samenleving te investeren. Vooral de vrouwen, meestal analfabeet, leefden daardoor vaak erg geïsoleerd.

Lokale initiatieven probeerden iets te doen aan de maatschappelijke achterstelling van de nieuwkomersgezinnen. Eind jaren ’70 ontstond bijvoorbeeld de eerste werking voor migrantenvrouwen in Gent. In de wijken Rabot en Brugse Poort gingen enkele sociaal geëngageerde leerkrachten van deur tot deur om Turkse vrouwen Nederlandse les te geven, en hen thuis te leren lezen en schrijven. Hieruit groeide de vzw El Ele (Turks voor ‘hand in hand’). Al snel na de oprichting van de vzw in 1984 konden vrouwen er ook voor handwerkopleidingen terecht. Op dat moment komt ook Hava met El Ele in contact, en krijgt haar leven een onverwachte wending.

De bal aan het rollen

“Ik was thuis, zwanger van mijn derde kind. In die tijd belden de mensen van El Ele nog overdag aan bij Turkse huisvrouwen om kennis te maken, en op een dag stonden ze aan mijn deur. Ze kwamen hun naaiatelier voorstellen, dat net was gestart in mijn buurt. Ze vroegen of ik interesse had om te komen. Ik legde het die avond voor aan mijn man, en normaal zegt hij niet veel, maar toen zei hij dat ik moest gaan, ik had toch niet veel te doen. Ik denk dat hij daar sindsdien elke dag spijt van heeft gehad!”

“Zo ben ik voor het eerst met de werking van El Ele in aanraking gekomen. Ik ging regelmatig naar de lessen in het naaiatelier, maar had een beroepsopleiding snit en naad gedaan, dus ik kon dat eigenlijk al allemaal. Het werd voor mij op de duur meer vrijwilligerswerk dan deelnemen.

“Niet veel later werd er door de Stad Gent een beroepsopleiding tot intercultureel bemiddelaar georganiseerd. In ziekenhuizen en bij Kind & Gezin was er een groot tekort aan tolken die ook de sociale vaardigheden hadden om bijvoorbeeld te bemiddelen tussen een arts en hun anderstalige patiënten. Ik solliciteerde en mocht er na m’n bevalling beginnen. Maar toen de medewerkers van El Ele dat hoorden, hebben ze mij meteen een voorstel gedaan. Er was bij hen net een project met personeelssubsidies goedgekeurd. Toen ben ik daar betaald beginnen werken: ik coördineerde samen met een collega het dagelijkse naaiatelier.”

Gaandeweg kregen we heel veel andere vragen van de vrouwen, bijvoorbeeld naar lessen voor het theoretisch rijexamen. Dus ben ik die beginnen geven in het Turks, terwijl ik zelf helemaal geen rijbewijs had (lacht)! Autorijden was echt not done voor de gemeenschap toen, er was maar 1 Turkse vrouw in Gent die autoreed. Op een dag heb ik zelf stiekem het rijexamen afgelegd, eerst theoretisch en dan praktisch. Mijn Belgische schoonzus Linda heeft me leren rijden … ze heeft nogal wat meegemaakt met mij! Maar ik was meteen geslaagd. Mijn man was echt geschrokken toen ik hem vertelde dat ik mijn rijbewijs gehaald had.”

“Voor de tweede generatie Turkse meisjes die hier geboren waren, hebben we na een tijdje ook een meisjeswerking opgericht. Maar tegelijkertijd had je, na de eerste instroom arbeidsmigranten, eigenlijk opnieuw een ‘eerste generatie’: vrouwen die via huwelijksmigratie vanuit Turkije naar Gent kwamen. Aan de vrouwelijke nieuwkomers die in de wijken Rabot en Brugse Poort terechtkwamen, heb ik lange tijd lessen maatschappelijke oriëntatie gegeven (inburgeringscursus, n.v.d.r.). Daarnaast leidde ik een project waarbij meisjes die deeltijds onderwijs volgden, 3 dagen per week bij ons leerden koken. Tot slot hadden we ook een groot project rond partnergeweld, met infosessies en vormingen.”

Sociale controle

“Vrouwen kwamen naar ons met verhalen over geweld, maar altijd in het geheim. En we werden ook opgebeld als er een geval was van partnergeweld in onze wijk, om te tolken. Partnergeweld als thema was in onze gemeenschap echt niet bespreekbaar, dat was enorm taboe in die tijd. Dus het was voor ons vaak erg confronterend, en het gebeurde regelmatig dat ik de familie in kwestie persoonlijk kende. Aangenaam was dat natuurlijk niet: ik woonde in die wijk, ik kende die mensen en zij kenden mij. Ik heb me vaak bedreigd gevoeld. Maar ik vind het belangrijk dat vrouwen ergens terecht kunnen.”

“Mijn eigen problemen thuis hield ik altijd voor mezelf. Zolang ik mijn reputatie hoog hield, dachten mensen niet dat ik de bedoeling had om huwelijken kapot te maken, en kon ik mijn werk doen. Er was enorm veel sociale controle, maar als je in de gemeenschap werd gezien als een ‘goede vrouw’, kon je die rol gebruiken. Mensen moesten mij vertrouwen, zodat ik al die andere vrouwen kon helpen. Daarom heb ik nooit de ‘vuile was’ van mijn eigen huwelijk buiten gehangen.

“Ondanks het streng bewaken van dat ‘brave’ imago, werd ik in mijn wijk altijd als een buitenbeentje gezien. Ook nu nog: ik rijd met de fiets, ik heb veel Belgische vrienden, 2 van mijn kinderen zijn niet getrouwd. Mensen laten mij voelen dat ik ‘anders’ ben. Vooral toen ik terug naar school ging, 4 jaar studies orthopedagogiek, werd dat echt als iets abnormaal gezien. Een getrouwde vrouw met 3 kleine kinderen, studeren? Daar kwam enorm veel tegenkanting tegen. Maar dat gaf me net de moed om door te zetten.”

“Ik deed alles tegelijk. Werken, thuis het huishouden doen, de kinderen verzorgen, helpen met hun huiswerk. En wanneer ze ’s avonds in bed lagen, nam ik mijn schoolboeken om te studeren, de hele avond, elke avond, en dat 4 jaar lang. Mijn man begon na een tijdje echt vervelend te doen: waarom moest ik zo nodig ‘speciaal’ doen? Waarom kon ik geen ‘normale’ vrouw zijn, een huisvrouw zoals alle anderen? We hadden er echt constant ruzie over. Op een dag heb ik hem voor de keuze gesteld: accepteren dat ik mijn studies zou afwerken, of scheiden. Stoppen met school was geen optie voor mij.

Een open geest

“Bij veel leeftijdsgenoten zie ik dat ze blijven steken in bepaalde patronen of enkel in volledig Turkse of volledig Belgische kringen. Maar ik vind dat ik élke dag moet blijven leren, als een spons alles moet opzuigen, en ik heb een onstilbare honger om met iedereen in contact te komen. Dus ik omring mezelf met jonge mensen en heb een heel gemengde groep vrienden. Zij verbreden mijn horizon constant, zo ben ik mee met mijn tijd. Voor mij is het een rijkdom, al die verschillende culturen samen. Dat heb ik bewust proberen door te geven aan mijn kinderen, die alle 3 die balans ook gevonden hebben in hun leven.”

“Er zijn 2 vrouwen die mij in het bijzonder geïnspireerd hebben, allebei op een heel eigen manier. De eerste, Bahar, heb ik leren kennen tijdens mijn opleiding tot intercultureel bemiddelaar. Ze was een pak ouder dan ik, maar kwam uit de grote stad, Istanbul. Ze maakte geen deel uit van de ‘klassieke’ Turkse gemeenschap, en ze ging heel vrij met mensen om. Zonder angst voor wat de gemeenschap zou denken, hielp ze anderen. Haar aanpak heeft me enorm geïnspireerd en versterkt in mijn werk: als zij dat kon, waarom ik dan niet?”

“De tweede vrouw was een nieuwe collega bij El Ele. Ze was heel religieus, droeg een hoofddoek en wijde kleren. In eerste instantie dacht ik dat ze heel conservatief zou zijn. Maar hoe meer ik met haar praatte, hoe meer ik besefte dat ze heel open-minded was. De manier waarop ze dacht, was niet veel anders dan ‘westerse’ mensen. Alleen het perspectief verschilde. Ze toonde dat wat ik doe en hoe ik met mensen omga, perfect past binnen de Islam. De gemeenschap is daar niet altijd mee vertrouwd, maar daar weegt het culturele of het generatie-aspect meer door. Dat inzicht heeft me echt moed gegeven: wat ik doe, is juist.

Reageer

Ourdia Tablout
Een super top vrouw met veel wilskracht, ze helpt bewust en onbewust veel vrouwen soms mannen ook. Ze kan goed luisteren en advise geven zonder te beoordelen wat rare om te vinden tegenwoordig. Dank u wel Lien.
05/02/2020 - 07:39
Leen
Hava,
wat een voorrecht om met jou te kunnen samenwerken maar ook om jou als vriendin te hebben. Wat een sterke vrouw ben jij XXX
05/02/2020 - 11:25

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.